Identiteit

Opdracht

Het christelijk onderwijs op reformatorische grondslage grondslag ziet het als zijn opdracht om op grond van de Bijbel en de daarop gefundeerde Drie Formulieren van Enigheid bij te dragen aan de opvoeding van leerlingen en aan hun vorming tot zelfstandige persoonlijkheden die hun verantwoordelijkheid vanuit een Bijbelse roeping verstaan.
Aan deze opdracht wordt invulling gegeven vanuit de volgende belijdenis: Wij geloven in God, de almachtige Schepper. God heeft Zich in de Bijbel geopenbaard als de drie-enige God: Vader, Zoon en Heilige Geest. Er is onder de hemel geen andere naam onder de mensen gegeven, door welke wij moeten zalig worden dan de naam van Jezus Christus, Die ons van God tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en tot een volkomen verlossing geschonken is. Alleen een waar geloof maakt de mens, in de weg van wedergeboorte en bekering, Christus en al Zijn weldaden deelachtig. Dit geloof komt van de Heilige Geest, Die dat werkt in de harten door de verkondiging van het heilig Evangelie, en het sterkt door het gebruik van de sacramenten. Zonder een waar geloof is de mens echter geestelijk dood door de misdaden en de zonden.
 
 
Bijbel
Wij ontvangen de Bijbel voor heilig en canoniek en geloven zonder enige twijfel alles wat daarin begrepen is (“Al de Schrift is van God ingegeven”; 2 Timótheüs 3:16). Wij geloven daarom dat God, nadat Hij de hemel en de aarde in zes dagen uit niet heeft geschapen, Zijn schepping onderhoudt en regeert.
Het christelijk onderwijs op reformatorische grondslag maakt gebruik van de Statenvertaling, conform de opdracht van de Staten-Generaal en volgens het besluit van de Nationale Synode, gehouden te Dordrecht in de jaren 1618-1619.
 
 
Drie Formulieren van Enigheid
In een bloeiperiode van de kerk zijn op de Nationale Synode, die in 1618 en 1619 in Dordrecht is gehouden en waaraan door een groot aantal Nederlandse en buitenlandse theologen is deelgenomen, zijn de zogenaamde Drie Formulieren van Enigheid als gereformeerd belijden aanvaard. Dit zijn de Heidelbergse Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels. Het christelijk onderwijs op reformatische grondslag belijdt dat deze formulieren in alles met de Bijbel overeenkomen en daarom onderschrijven wij ze onvoorwaardelijk en wijzen af wat daarmee in strijd is.


Identiteit staat niet op zichzelf maar is van invloed op het bepalen van onze waarden die de basis vormen (op de bijbel gegrond) voor onze normen en gedragsregels.
Dat betekent dat op alle terreinen van het onderwijs de identiteit herkenbaar is.
Op pedagogisch gebied bv, waarbij de opvoeding thuis, in de kerk en op school zoveel mogelijk één geheel vormen.
Het onderwijskundig beleid kenmerkt zich door het streven naar hoge leerprestaties, maar er wordt niet alleen geleerd met het hoofd, ook met hart én handen.
Het onderwijskundig beleid is gericht op een goede ontwikkeling van kinderen op het sociaal-emotionele vlak en op het ontwikkelen van praktische en artistieke vaardigheden bij de leerlingen.
Ieder kind is waardevol en heeft recht op aandacht om met de hem of haar geschonken gaven te woekeren op het daarbij passende niveau.
Er wordt dagelijks tijd genomen voor godsdienstig onderwijs.

Uitkomen voor de identiteit is merkbaar in de omgang met elkaar.
Dat betreft omgang onderling tussen personeelsleden, leerlingen, ouders  maar ook mét elkaar: personeelsleden mét leerlingen en andersom, maar ook in contacten met ouders.
Regels en afspraken die er zijn over de omgang met elkaar leveren  een bijdrage aan de verhoudingen waarbij de sfeer en positieve benadering van grote invloed zijn.
 

Onze scholen